Bijzonderheden van de 3 haar varieteiten


Korthaar
Gewenst wordt een over het gehele lichaam vrij harde, niet te korte beharing met wollig onderhaar.
Kraag, broek en staartveer moeten duidelijk zichtbaar zijn.
Kleur: meer of minder duidelijk uitgesproken stroming op bruine ondergrond (goudgestroomd), of wel op grijze grondkleur (zilvergestroomd). Stroming doorlopend over het gehele lichaam, ook in kraag, broek en staartveer. Veel zwart dekhaar is ongewenst. Bij voorkeur een zwart masker.
Langhaar
Over het gehele lichaam lange, rechte, liggende, grof aanvoelende beharing zonder krul of golving, met wollig onderhaar. Hoofd, oren, voeten, evenals achterbenen beneden het spronggewricht kort en dicht behaard. De achterzijde der voorbenen vertoont sterk ontwikkelde, naar onder in lengte afnemende beharing, de z.g veer. Staart rondom overvloedig behaard. Geen franje aan de oren. Kleur: hiervoor geldt hetzelfde als voor de korthaar.
Ruwhaar
Over het hele lichaam wordt een dichte, harde, warrelige beharing gewenst met, behalve aan het hoofd, wollig dicht onderhaar. De vacht moet goed gesloten zijn. Boven - en benedenlip flink behaard (baard en snor), niet zacht, goed afstaand en ruige, afstaande wenkbrauwen. Het haar op de schedel en aan de wangen is minder sterk ontwikkeld. Staart rondom sterk behaard. Sterk ontwikkelde broek is gewenst.
Kleur: blauwgrijs en peper - en zout kleur, zilver - en goudgestroomd. De stroming komt bij de ruwhaar, in tegenstelling tot de andere variëteiten, in het bovenhaar minder duidelijk tot uitdrukking.